Vaste reiskostenvergoeding gedurende de Corona crisis. Als werkgever kun je ervoor kiezen om 0,19 cent per werkelijk gereden kilometer onbelast te vergoeden. Werken de werknemers opeens veel thuis en worden er dus geen kilometers gemaakt, dan valt deze onbelaste vergoeding op basis van werkelijke kilometers ook weg. Echter is in de meeste gevallen sprake van een vaste maandelijkse reiskostenvergoeding.… Read More
Jaarlijkse indexatie minimum salaris 30% regeling 2020
Salariscriterium –
Er moet aan een salariscriterium worden voldaan om de 30% regeling te kunnen toepassen. In onderstaand staan de minimumbedragen voor het jaar 2020. Er zijn drie kwalificerende salarisgroepen:
1. Wetenschappers hebben geen salarisminimum.
2. Werknemers jonger dan 30 jaar met een Masters-opleiding hebben een minimum salarisvereiste van EUR 29.149 (2020) / EUR 28.690 (2019) / EUR 28,350 (2018) exclusief de 30% vergoeding en EUR 41.642 (2020) / EUR 40.985 (2019) / EUR 40.500 (2018) inclusief de 30% vergoeding.
3. De resterende groep van expats (die niet onder de groepen 1 en/of 2 vallen) hebben een minimum salarisvereiste van EUR 38.347 (2020) / EUR 37.743 (2019) / EUR 37,296 (2018) exclusief de 30% vergoeding en EUR 54.782 (2020) / EUR 53.918 (2019) / EUR 53.280 (2018) inclusief de 30% vergoeding.
Houd er rekening mee dat deze minimumbedragen jaarlijks worden geïndexeerd. In principe mag het salariscriterium niet naar rato worden verlaagd in het geval van een deeltijdbaan. Er is een uitzondering op deze regel in geval van ouderschapsverlof. Het looncriterium vervangt in principe het oude criterium van vereiste specifieke vaardigheden, in die zin is de uitspraak toegankelijker geworden.
Het salariscriterium is een doorlopende test; de werkgever moet daarom voortdurend controleren of nog steeds aan alle vereisten wordt voldaan door zijn werknemer.
Hier staan de overige voorwaarden voor de toepassing van de 30%-regeling.
Wij kunnen u assisteren bij de volledige procedure aanvraag 30% regeling, neem hiertoe contact met ons op.
Groene beleggingen: vrijstelling box 3 en extra heffingskorting
Groene beleggingen: vrijstelling box 3 en extra heffingskorting.
In deze tijd van lage rentes op spaartegoeden kunnen groene beleggingen een fiscaal gunstig alternatief zijn voor laagrenderend vermogen.
Vrijstelling box 3
€ 57.845 (2018), tot maximaal dit bedrag aan groene beleggingen hoeft geen box 3 voldaan te worden. Dat kan op jaarbasis een belastingbesparing van circa 0,6% – 1,61% belasting geven (afhankelijk van de hoogte van het vermogen), oftewel € 347 – € 931.
Heffingskorting
Een heffingskorting wordt in mindering gebracht over de verschuldigde belasting.
De heffingskorting groene beleggingen is 0,7% van de genoten vrijstelling groene beleggingen box 3.
Voorbeeld
Gesteld u zet € 50.000 in groene beleggingen, dan is de besparing:
€ 300 – € 805 aan besparing box 3
€ 350 aan heffingskorting
Dus totale besparing in dit voorbeeld is tussen € 650 en € 1.155.
Nadeel is dat er waarschijnlijk geen rente wordt vergoed op groene beleggingen. Maar u zou op een gewone spaarrekening minimaal 1,3% p/jaar (maar waarschijnlijk meer) moeten halen om gelijk of beter uit te komen dan met groene beleggingen.
Boven het bedrag van de vrijstelling zitten er geen belastingvoordelen aan de groene beleggingen.
Bijgevoegd de lijst met kwalificerende groene fondsen waarvoor de onderstaande inkomstenbelasting voordelen gelden (actueel per 23/11/2018): overzicht_fonds_belegging_belastingvoordeel_ib2001z2pl
Individuele bezwaren box 3 2017 worden massaal bezwaar
De nieuwe fictieve rendement methode per belastingjaar 2017 is een fictie gebaseerd op een fictie. Fictief zijn zowel het soort gedane investeringen als de rente op deze fictieve investeringen.
Als u bezwaar hebt gemaakt of als u van plan bent om bezwaar te maken tegen de beoordeling van de inkomstenbelasting 2017, dan is het volgende van belang. De staatssecretaris van Financiën heeft besloten dat alle individuele bezwaren tegen de beoordeling van de inkomstenbelasting 2017 zullen worden aangewezen als ‘massaal’ bezwaar. Dit bespaart individuele belastingbetalers veel werk en gerechtskosten / advieskosten.
Er zijn reeds bezwaren tegen box 3 aanslagen 2017 in behandeling genomen door de Belastingdienst en deze zaken zullen voor de belastingrechter komen. Het eindresultaat van een aantal representatieve procedures zal leidend zijn voor de uitkomst van alle individuele bezwaren tegen de inkomstenbelasting aanslagen 2017.
Er zijn echter enkele voorwaarden voor uw bezwaar om onder deze massale bezwaarprocedure te vallen. Uw bezwaar zal de volgende rechtsvraag moeten bevatten:
Termijn 30%-regeling verminderd naar vijf jaar vanaf 2019 – Update!
Volgens de meest recente reactie van de Staatssecretaris van Financiën (9 juli 2018) blijft het kabinet bij hun plannen om de toepassingsduur de toepassingstermijn van de 30%-regeling te verminderen van de huidige acht jaar naar vijf jaar vanaf het jaar 2019, ook voor 30%-regeling beschikkingen die zijn afgegeven voor 2019.
Tot het jaar 2012 was de 30%-bewijsregel tot maximaal 10 jaar geldig, sinds 2012 is deze termijn al teruggebracht naar 8 jaar en vanaf 2019 zal de beschikking slechts voor een termijn van 5 jaar geldig zijn.
Verder heeft de Ministerraad besloten om ook de 30% regelingen die zijn afgegeven voor 2019 te verminderen met drie jaar vanaf 2019. Scroll naar beneden voor een link naar het officiële document.
Bij de wijziging in 2012 werd de eerdere termijn van 10 jaar wel gerespecteerd, wellicht dat na behandeling in de Tweede en Eerste Kamer later dit jaar alsnog de toepassingstermijn van voor 2019 afgegeven beschikking van kracht blijft.
Mocht u nog vragen hebben over de 30%-regeling, neem dan contact met ons op. Wij zijn gespecialiseerd in complexe zaken die HR afdelingen of zelfs de ‘big four’ kantoren te boven gaan.
Lees ook de volgende artikelen die kunnen leiden tot een belastingvoordeel:
- Belastingheffing over het daadwerkelijke rendement in plaats van het fictieve rendement in box 3;
- Mogelijke belastingteruggaaf bij fluctuerende inkomsten over drie opeenvolgende jaren;
- Let op de inleverdatum en aangroei belastingrente bij de aangifte inkomstenbelasting.
Wij kunnen u assisteren bij het opstellen van uw aangiften inkomstenbelasting, daarnaast bieden wij voor bedrijven een one stop shop aan voor belastingadvies / accountancy / juridische diensten.
De volledige evaluatie, reactie Staatssecretaris & plannen verkorte vijf jaar toepassingstermijn 30% regeling: Reactie Staatssecretaris 9 juli 2018 ; kabinetsreactie-evaluatie-30-regeling
Buitensporige last leidt tot tijdsevenredige verlaging box 3
Een buitensporige last kan toch leiden tot een daadwerkelijke (tijdsevenredige) verlaging van box 3. Een eerdere uitspraak hierover door het Gerechtshof is nu bevestigd door de Hoge Raad.
Het ging hier echter wel om een hele specifieke casus waarbij een man op 31 januari 2013 zijn vermogen had geïnvesteerd in aandelen van SNS Reaal. Een dag later, d.w.z. op 1 februari 2013, nam de Nederlandse Staat de aandelen van het financiële concern over om het van een waarschijnlijke ondergang te redden.
Per peildatum 1 januari 2013 had deze man nog circa EUR 275.000 in bezit in de vorm van aandelen in een andere N.V. Betreffende belegging verruilde hij voor de aandelen in SNS Reaal, welke per 1 februari 2013 waardeloos werden.
Door deze onaangename wending raakte de man met zijn inkomen onder de armoedegrens. Ondanks dat de peildatum in de box 3 systematiek geen rekening houdt met de ontwikkeling van het vermogen gedurende de rest van het belastingjaar na de peildatum, was volgens het Hof hier nu toch sprake van een buitensporige last in het belastingjaar 2013.
Deze buitensporige last ontstond volgens het Hof voor wat betreft het belastingjaar 2013 vanaf 1 februari tot ultimo 2013. Als gevolg hiervan heeft het Hof een tijdsevenredige vermindering toegepast over het box 3 vermogen voor de periode februari tot en met december waardoor het vermogen per peildatum voor pro rata 1/12de deel belast was.
De Hoge Raad heeft deze uitspraak van het Hof gevolgd, maar vond daarbij wel dat het Hof erg ver ging in het zelf toepassen van niet bestaande wetgeving wat betreft de tijdsevenredige toepassing.
Het is vraag of deze uitspraak ook van toepassing kan zijn bij bijvoorbeeld het instorten van de cryptomunt. Voor recentere belastingjaren kan het sowieso te adviseren zijn om bezwaar te maken tegen het forfaitair rendement. Deze uitspraak geeft aan dat enig tegenbewijs – naast bij de stapeling van forfaits – toch is toegestaan.
Als alternatief voor box 3 geldt dat in box 2 heffing van het daadwerkelijke rendement mogelijk is! Bijvoorbeeld in het geval van fluctuerende en/of laagrenderende bezittingen.
Wij kunnen u van dienst bij het opstellen van de aangifte inkomstenbelasting, ook kunnen wij u bijstaan bij een eventuele bezwaarprocedure.

